In hun zesdelige verklaring, uitgegeven tussen oktober 2020 en 1 januari 2021, de 27ste verjaardag van de opstand, laten de autonome gemeenschappen van Chiapas ons weten dat “verschillende Zapatistische afvaardigingen, mannen, vrouwen en anderen met de kleur van onze aarde” zullen uitvaren en de vijf werelddelen doorkruisen om deel te nemen aan “ontmoetingen, dialogen, gedachtenuitwisselingen, ervaringen, analyses en evaluaties samen met al diegenen die zich inzetten, vanuit verschillende opvattingen en in verschillende domeinen, voor de strijd voor het leven.” De eerste bestemming van deze wereldreis is Europa. Het gaat om een delegatie van vertegenwoordigers van de Nationale Inheemse Raad, van het EZLN en van het Volksfront ter Verdediging van de Aarde en het Water van Morelos, Puebla en Tlaxcala. Zowat 160 personen, voornamelijk compañeras, zijn klaar om in Europa aan te komen. De eerste weken na hun aankomst worden besteed aan de voorbereiding van de meerdere maanden durende rondreis.

Het EZLN heeft haar “Reis voor het leven” aangevat. Een eerste afvaardiging steekt nu de Atlantische oceaan over aan boord van het zeilschip La Montaña. De bemanning, Eskader 421, kreeg haar naam omdat ze bestaat uit 4 vrouwen (tussen 19 en 37 jaar oud), 2 mannen (49 en 57 jaar) en 1 andere van 39 jaar. Deze zeven vrijwilligers komen uit verschillende gemeenschappen in Chiapas, ze zijn in het bezit van een paspoort en bereidden zich gedurende zes maanden voor op deze reis. Hun verschillende moedertalen zijn het tzotzil, het cho’ol en het tojolabal, ze spreken eveneens Castilliaans (Spaans). De laatste weken voor de reis gingen ze in afzondering om een Covid-19 besmetting te vermijden en leefden ze samen in een replica van de boot, in hout, ergens in de bergen van Chiapas.

Het is de bedoeling om de zegetocht van de veroveroors van het Amerikaanse continent in omgekeerde richting over de Atlantische oceaan af te leggen. Op 2 mei verliet het zeilschip Isla Mujeres (Quintana Roo). Hij wordt zes à acht weken later verwacht te Vigo op de kust van Galicië. Het is geen toeval dat het net in deze Noord-Spaanse stad is dat de Zapatisten hun “ontdekking” van Europa willen aanvatten. En het is evenmin een toeval dat Marijose, het andere lid van Eskader 421, werd gekozen om als eerste voet aan wal te zetten en om, ten overstaan van de inheemse bevolking, het continent de volgende naam te geven: Slumil K’ajxemk’op, “Opstandig Land” in haar taal.

Als ze de toestemming krijgt om te ontschepen, zal de afvaardiging over land, over zee en door de lucht een dertigtal landen aandoen en er sociale, antikapitalistische bewegingen ontmoeten die solidair zijn met de Zapatistische beweging en “gemeenschappelijke verhalen van sukses en tegenslagen” uitwisselen, in de woorden van onderbevelhebber Moisés.

Het tijdstip van hun aankomst mag dan nog onzeker zijn, hun aanwezigheid in Madrid op 13 augustus, welgeteld vijf eeuwen na de val van Tenochtitlán door de hand van Hernán Cortés en zijn manschappen, zal de nodige ruchtbaarheid opleveren.